Deze pagina bevat affiliate links, dit kost jou niets extra.

Geldzaken en toeslagen voor jonge ouders (2026)

Een kind krijgen brengt naast mooie momenten ook nieuwe financiële verantwoordelijkheden met zich mee. Of je nu studeert, net begint met werken of nog thuis woont: als jonge ouder kun je, afhankelijk van je situatie, gebruikmaken van verschillende toeslagen en overheidsregelingen.

In dit artikel leggen we objectief uit welke regelingen in 2026 gelden, wie er mogelijk voor in aanmerking komt en waar je op moet letten bij het aanvragen. We bespreken onder andere kinderbijslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag.

De voorwaarden en bedragen kunnen afhangen van bijvoorbeeld je inkomen, gezinssituatie, het aantal kinderen en de kosten die je maakt. Controleer daarom altijd de actuele voorwaarden en bereken je persoonlijke situatie via de officiële websites van de overheid.

Waar heb je recht op als jonge ouder?

Als jonge ouder kun je in 2026, afhankelijk van je situatie, gebruikmaken van verschillende financiële regelingen. De belangrijkste zijn kinderbijslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. Welke regelingen je kunt krijgen en hoeveel je ontvangt, hangt onder andere af van je inkomen, vermogen, gezinssituatie en de leeftijd van je kind.

Dit zijn de belangrijkste regelingen:

🔹 Kinderbijslag (SVB): een inkomensonafhankelijke tegemoetkoming voor de kosten van de opvoeding van je kind. De kinderbijslag wordt per kwartaal uitbetaald. Het bedrag hangt af van de leeftijd van je kind.

🔹 Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming in de kosten van geregistreerde kinderopvang. Of je hiervoor in aanmerking komt, hangt onder andere af van je werk-, studie- of trajectsituatie en die van je eventuele toeslagpartner. De vergoeding wordt berekend over de opvangkosten tot het maximale uurtarief dat voor de betreffende opvangsoort geldt.

🔹 Kindgebonden budget: een inkomens- en vermogensafhankelijke toeslag voor ouders met kinderen jonger dan 18 jaar. Het bedrag hangt onder andere af van je inkomen, vermogen, het aantal kinderen en hun leeftijd. Alleenstaande ouders zonder toeslagpartner kunnen een hoger bedrag krijgen.

🔹 Regelingen voor studerende ouders via DUO: studerende ouders kunnen onder bepaalde omstandigheden gebruikmaken van regelingen rond studievertraging. Zo kan bij bijzondere omstandigheden onder voorwaarden verlenging van de diplomatermijn mogelijk zijn. Een regulier verlopen zwangerschap kan daarbij als bijzondere omstandigheid worden meegenomen.

💡 Tip: controleer altijd je persoonlijke situatie via de officiële websites van SVB, Dienst Toeslagen en DUO. De voorwaarden en bedragen kunnen verschillen per situatie en kunnen wijzigen.

Het combineren van toeslagen en de budgettaire risico's

Het is mogelijk om meerdere toeslagen tegelijk te ontvangen, als je voor iedere toeslag aan de voorwaarden voldoet. Als jonge ouder kun je bijvoorbeeld, afhankelijk van je situatie, recht hebben op kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag en zorgtoeslag. Welke toeslagen je kunt krijgen en hoeveel je ontvangt, hangt onder andere af van je inkomen, vermogen, gezinssituatie en woonsituatie.

⚠️ Let op bij veranderingen in je inkomen: toeslagen worden meestal als een voorschot uitbetaald. Dienst Toeslagen berekent het voorschot op basis van de gegevens die op dat moment bekend zijn, waaronder een schatting van je toetsingsinkomen voor het jaar. De definitieve berekening volgt later, wanneer het werkelijke inkomen bekend is.

Verandert je inkomen gedurende het jaar, bijvoorbeeld doordat je meer gaat verdienen met een bijbaan, een nieuwe baan krijgt of na je studie meer gaat werken? Geef deze wijziging dan zo snel mogelijk door via Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Als je gegevens niet worden aangepast, kan je voorschot te hoog zijn. Je kunt dan later een deel van de ontvangen toeslag moeten terugbetalen.

💡 Tip: controleer regelmatig je gegevens in Mijn toeslagen. Vooral wanneer je inkomen, woonsituatie, gezinssamenstelling of kinderopvang verandert, is het verstandig om te controleren of je toeslagen nog aansluiten bij je actuele situati

De werking van de kinderopvangtoeslag (2026)

Geregistreerde kinderopvang brengt kosten met zich mee. Via de kinderopvangtoeslag draagt de overheid onder voorwaarden bij aan een deel van deze kosten. De hoogte van de toeslag hangt onder andere af van je gezamenlijke toetsingsinkomen, het aantal kinderen dat naar de opvang gaat, het aantal opvanguren en het uurtarief van de opvang.

Wanneer kun je kinderopvangtoeslag krijgen?

➡️ Jij en je eventuele toeslagpartner werken, volgen een opleiding, een inburgeringscursus of een traject naar werk. Voor sommige situaties gelden uitzonderingen.

➡️ Je kind gaat naar een geregistreerde kinderopvang, zoals een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of geregistreerde gastouder. De opvang moet in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staan.

➡️ Je hebt een opvangcontract waarin onder andere het aantal opvanguren en het uurtarief staan.

Welke voorwaarden precies voor jou gelden, hangt af van je persoonlijke situatie. Controleer daarom altijd de actuele voorwaarden bij Dienst Toeslagen.

Hoeveel vergoeding ontvang je?

De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt onder andere af van je gezamenlijke toetsingsinkomen, het aantal kinderen dat naar de opvang gaat en de kosten van de opvang.

In 2026 krijgen ouders met een gezamenlijk inkomen tot €56.413 maximaal 96% van de maximale uurprijs vergoed. Bij hogere inkomens wordt ook een deel van de maximale uurprijs vergoed, maar het percentage is lager. Het percentage kan bovendien verschillen voor het eerste kind en het tweede en volgende kind.

Voor 2026 gelden de volgende maximale uurtarieven:

• Dagopvang: €11,23 per uur

• Buitenschoolse opvang (bso): €9,98 per uur

• Gastouderopvang: €8,49 per uur

Is het uurtarief van jouw opvang hoger dan het maximale uurtarief? Dan krijg je over het bedrag boven die grens geen kinderopvangtoeslag. Dat verschil betaal je zelf.

De verplichte eigen bijdrage

Je betaalt altijd zelf een deel van de opvangkosten. Dit is de verplichte eigen bijdrage. Bij een vergoeding van 96% over de maximale uurprijs komt daar minimaal 4% van de kosten die voor de toeslag meetellen voor je eigen rekening. Bij een hoger inkomen kan je eigen aandeel groter zijn.

Daarnaast betaal je zelf het volledige bedrag dat boven het maximale uurtarief uitkomt.

Je moet kunnen aantonen dat je jouw deel van de opvangkosten daadwerkelijk hebt betaald. Dienst Toeslagen kan bijvoorbeeld vragen om bankafschriften. Betaal je zelf niet mee aan de opvangkosten, dan heb je geen recht op kinderopvangtoeslag.

Maximaal aantal opvanguren

Je kunt per kind voor maximaal 230 opvanguren per maand kinderopvangtoeslag krijgen. Gaat je kind meer dan 230 uur per maand naar de opvang, dan krijg je over de extra uren geen toeslag.

Voor de actuele voorwaarden en berekening kun je de officiële informatie en rekenhulp van Dienst Toeslagen gebruiken.

Stappenplan voor de officiële aanvraag

1. Inloggen: ga naar Mijn toeslagen en log in met je DigiD.

2. Kies de regeling: kies voor het aanvragen van kinderopvangtoeslag.

3. Gegevens invoeren: houd je opvangcontract bij de hand. Je hebt onder andere het LRK-nummer, het aantal opvanguren en het uurtarief nodig. Ook heb je gegevens over je inkomen nodig.

4. Aanvraag verwerken: na je aanvraag krijg je meestal binnen 5 weken een brief met de beslissing of voorschotbeschikking.

💡 Tip: geef veranderingen in je inkomen, opvanguren of andere belangrijke gegevens zo snel mogelijk door via Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Zo verklein je de kans dat je later een bedrag moet terugbetalen.

De 3-maanden grens

Vraag de kinderopvangtoeslag zo snel mogelijk aan. Je kunt de toeslag namelijk uiterlijk aanvragen binnen 3 maanden nadat je er recht op krijgt. Vraag je later aan, dan kun je de toeslag over de eerste maanden mislopen.

Voorbeeld: start de opvang op 1 mei, dan moet je de kinderopvangtoeslag uiterlijk 31 augustus aanvragen. Vraag je pas in oktober aan, dan krijg je de toeslag niet meer over mei en juni.

Gevolgen van werkloosheid of het beëindigen van je studie

Raak je werkloos of stop je met je opleiding? Dan kan dat gevolgen hebben voor je toeslagen. Wat er precies verandert, hangt af van de regeling.

Bij zorgtoeslag en kindgebonden budget kan een lager inkomen betekenen dat je recht hebt op een hoger bedrag. Geef een verandering in je inkomen daarom zo snel mogelijk door via Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Dienst Toeslagen kan het voorschot dan aanpassen.

Voor de kinderopvangtoeslag gelden aparte regels.

Stoppen met werken

Stop je met werken of raak je werkloos? Dan hoef je de kinderopvangtoeslag niet meteen stop te zetten. Je hebt nog 3 maanden recht op kinderopvangtoeslag. Deze periode begint op de eerste dag van de maand nadat je bent gestopt met werken.

Geef wel zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 4 weken door dat je bent gestopt met werken. Dit doe je via Mijn toeslagen. Zoek daar op ‘werken’ en kies voor ‘Ik of mijn partner stopt met werken’.

Ongebruikte opvanguren

Na de 3 maanden kan er nog een extra mogelijkheid zijn. Heb je in de maanden waarin je recht had op kinderopvangtoeslag minder opvanguren gebruikt dan het maximum waarvoor je toeslag kon krijgen? Dan mag je de ongebruikte uren tot het einde van hetzelfde kalenderjaar opmaken. Dit geldt ook voor de ongebruikte uren uit de 3 maanden waarin je nog recht had op toeslag.

Stop je bijvoorbeeld op 5 juni met werken, dan heb je van 1 juli tot en met 30 september nog 3 maanden recht op kinderopvangtoeslag. Heb je in die periode en eerder in het jaar opvanguren overgehouden, dan kun je die onder de voorwaarden nog tot en met 31 december gebruiken.

Stoppen met je studie

Stop je met een opleiding, traject naar werk of inburgeringscursus en ga je niet meteen werken of een andere kwalificerende activiteit volgen? Dan heb je niet automatisch recht op de extra 3 maanden kinderopvangtoeslag.

Je kunt wel de ongebruikte opvanguren uit de maanden waarin je nog recht had op kinderopvangtoeslag tot het einde van het kalenderjaar opmaken.

Hoe geef je de wijzigingen door?

➡️ Geef je gewijzigde situatie door: log in op Mijn toeslagen en geef door dat je niet meer werkt, studeert of een traject volgt. Doe dit uiterlijk binnen 4 weken.

➡️ Controleer je inkomen: verandert je inkomen? Pas dan ook je geschatte jaarinkomen aan. Zo voorkom je dat je voorschot niet meer aansluit bij je situatie.

➡️ Houd je opvanguren bij: bereken hoeveel ongebruikte uren je nog hebt. Dienst Toeslagen adviseert om dit zelf bij te houden.

➡️ Zet de kinderopvangtoeslag op tijd stop: zodra de periode waarin je nog recht hebt op toeslag en de ongebruikte opvanguren voorbij zijn, moet je de toeslag zelf stopzetten via Mijn toeslagen. Doe dit bij voorkeur vooraf om te voorkomen dat je te veel toeslag ontvangt en later moet terugbetalen.

💡 Tip: begin bij een verandering in je werk- of studiesituatie meteen met het controleren van je toeslagen. Zo weet je welke toeslagen veranderen, hoe lang je eventueel nog recht hebt op kinderopvangtoeslag en of je je voorschot moet aanpassen.

Kinderopvangtoeslag voor studerende ouders

Ook als student kun je kinderopvangtoeslag ontvangen, zelfs als je geen inkomen uit werk hebt. Het volgen van een erkende opleiding kan namelijk recht geven op kinderopvangtoeslag. Dit staat los van de aparte categorie ‘traject naar werk’. Je moet wel voldoen aan de overige voorwaarden.

De wettelijke kaders voor studenten op een rij:

🔹 Erkende opleiding: je volgt een opleiding die officieel is erkend door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het kan bijvoorbeeld gaan om een opleiding aan een middelbare school, mbo, hbo of universiteit. Ook een erkende deeltijdopleiding kan recht geven op kinderopvangtoeslag. Een losse cursus of workshop valt hier niet automatisch onder.

🔹 Geregistreerde opvang: je kind gaat naar een opvanglocatie of gastouder die staat geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).

🔹 Eigen bijdrage: je hebt een opvangcontract en betaalt zelf een deel van de opvangkosten. Je moet kunnen aantonen dat je deze kosten daadwerkelijk hebt betaald, bijvoorbeeld met bankafschriften.

Let op als je een toeslagpartner hebt

Heb je een toeslagpartner? Dan gelden de voorwaarden in principe voor jullie allebei. Als jij studeert, maar je toeslagpartner niet werkt, geen opleiding volgt, geen inburgeringscursus doet en geen traject naar werk volgt, heb je in de meeste situaties geen recht op kinderopvangtoeslag.

Er zijn uitzonderingssituaties. Controleer daarom bij Dienst Toeslagen welke regels voor jouw persoonlijke situatie gelden.

Wat gebeurt er na je afstuderen of stoppen?

Zodra je jouw studie afrondt of stopt met je opleiding, kan het recht op kinderopvangtoeslag stoppen.

➡️ Geen 3-maandenuitloop: de wettelijke uitloop van 3 maanden geldt bij stoppen met werken. Bij het stoppen of afronden van een studie heb je geen recht op deze extra 3 maanden.

➡️ Resterende uren: je mag eventuele ongebruikte opvanguren uit de maanden waarin je nog studeerde, wel opmaken tot het einde van hetzelfde kalenderjaar.

➡️ Doorgeven: geef het stoppen met je opleiding uiterlijk binnen 4 weken door via Mijn toeslagen. Controleer daarbij ook of je geschatte inkomen nog klopt.

💡Tip: loop je stage of zit je in een afstudeerperiode? Als dit onderdeel is van je erkende opleiding, kan je recht op kinderopvangtoeslag tijdens die periode doorlopen. Controleer bij twijfel of jouw opleiding aan de voorwaarden van Dienst Toeslagen voldoet.

Werking van het kindgebonden budget

Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke toeslag voor ouders met kinderen jonger dan 18 jaar. Het is een bijdrage in de kosten van kinderen en komt, als je ervoor in aanmerking komt, bovenop de kinderbijslag van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Waarvan hangt de hoogte af?

🔹Je inkomen: Dienst Toeslagen kijkt naar jouw inkomen of dat van je eventuele toeslagpartner. Hoe hoger het inkomen, hoe lager het kindgebonden budget kan worden. Er is geen vaste inkomensgrens die voor iedereen hetzelfde is.

🔹Het aantal kinderen: het aantal kinderen in je gezin heeft invloed op de hoogte van het bedrag.

🔹De leeftijd van je kinderen: vanaf het moment dat een kind 12 of 16 jaar wordt, kan het bedrag hoger worden.

🔹Je gezinssituatie: alleenstaande ouders zonder toeslagpartner kunnen een hoger bedrag krijgen.

🔹Je vermogen: ook je vermogen en dat van je eventuele toeslagpartner mogen niet te hoog zijn. Hieronder kunnen bijvoorbeeld spaargeld, beleggingen en andere bezittingen vallen.

De vermogensgrens in 2026

Voor het kindgebonden budget geldt in 2026 een vermogensgrens. Op 1 januari 2026 mag je maximaal:

➡️ €146.011 aan vermogen hebben als je geen toeslagpartner hebt;

➡️ €184.633 samen met je toeslagpartner.

Heb je op 1 januari meer vermogen dan de voor jou geldende grens? Dan heb je dat hele jaar geen recht op kindgebonden budget. Heb je pas later in het jaar meer vermogen, dan heeft dat voor het lopende jaar geen gevolgen; het vermogen kan wel bepalend zijn voor het volgende jaar.

Hoe krijg je het kindgebonden budget?

De ouder die de kinderbijslag op zijn of haar naam heeft staan bij de SVB, is degene die het kindgebonden budget ontvangt als aan de voorwaarden wordt voldaan. Je hoeft het kindgebonden budget niet altijd zelf aan te vragen.

Ontvang je al kinderopvangtoeslag, huurtoeslag of zorgtoeslag? Dan krijg je meestal automatisch bericht van Dienst Toeslagen als uit hun gegevens blijkt dat je mogelijk recht hebt op kindgebonden budget.

Ontvang je geen van deze toeslagen? Dan moet je het kindgebonden budget meestal zelf aanvragen via Mijn toeslagen. Controleer vooraf of je aan de voorwaarden voldoet en maak eventueel een proefberekening voor een inschatting van je situatie.

💡 Tip: controleer bij veranderingen in je inkomen, gezinssituatie of vermogen regelmatig of je toeslagen nog aansluiten bij je situatie. Gebruik voor een persoonlijke berekening de officiële proefberekening van Dienst Toeslagen.

De kinderbijslag en de voorbereiding op de geboorte

Kinderbijslag is een bijdrage van de overheid in de kosten van de opvoeding en verzorging van kinderen tot 18 jaar. De regeling is niet afhankelijk van je inkomen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt de kinderbijslag ieder kwartaal uit. Of je recht hebt op kinderbijslag hangt onder andere af van je woon- of werksituatie en van de vraag of je voor je kind zorgt en de kosten draagt.

Hoogte van de kinderbijslag in 2026

De hoogte van de kinderbijslag hangt af van de leeftijd van je kind. De bedragen kunnen gedurende het jaar wijzigen.

Leeftijd van je kind Bedrag per kwartaal vanaf het 3e kwartaal van 2026
0 t/m 5 jaar
€298,40
6 t/m 11 jaar
12 t/m 17 jaar
12-17 jaar
€426,29

De bedragen hierboven gelden vanaf het 3e kwartaal van 2026.

Wanneer krijg je de eerste kinderbijslag?

De kinderbijslag wordt achteraf, na afloop van ieder kwartaal uitbetaald.

Wordt je kind bijvoorbeeld op 15 februari geboren? Dan is de geboorte in het eerste kwartaal van het jaar. Je hebt dan voor het eerst recht op kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal, dus vanaf 1 april. De SVB betaalt deze kinderbijslag na afloop van het kwartaal uit, dus begin juli.

Wordt je kind precies op de eerste dag van een kwartaal geboren, dan kan de kinderbijslag al vanaf datzelfde kwartaal ingaan.

Wat moet je na de geboorte regelen?

➡️ Geboorte aangeven: geef de geboorte van je kind aan bij de gemeente. De gemeente geeft de geboorte vervolgens door aan de SVB. 

➡️ Eerste kind: heb je nog geen kinderbijslag voor een ander kind? Dan krijg je na de geboorteaangifte meestal binnen enkele weken een brief van de SVB. Daarna kun je de kinderbijslag aanvragen via Mijn SVB.

➡️ Volgend kind: krijg je al kinderbijslag en wordt er in Nederland een volgend kind geboren? Dan hoef je meestal niets opnieuw aan te vragen. De SVB past de kinderbijslag automatisch aan en stuurt je daarover een brief.

➡️ DigiD: voor het online aanvragen van kinderbijslag heb je DigiD nodig. Zorg daarom dat je DigiD werkt voordat je de aanvraag wilt doen.

Voorbereiding vóór de geboorte

De kinderbijslag kan pas ingaan nadat je kind is geboren. Het is daarom vooral belangrijk om vooraf je DigiD en andere persoonlijke gegevens op orde te hebben.

Andere regelingen hebben hun eigen voorwaarden en aanvraagmomenten. Zo kun je het kindgebonden budget vanaf de maand na de geboorte krijgen als je aan de voorwaarden voldoet. Ontvang je al een toeslag van Dienst Toeslagen, dan hoef je het kindgebonden budget meestal niet zelf aan te vragen.

Voor kinderopvangtoeslag geldt weer een aparte aanvraagprocedure. Die toeslag heeft te maken met de kosten van geregistreerde kinderopvang en de voorwaarden voor jou en je eventuele toeslagpartner.

💡Tip: heb je een laag inkomen of een bijstandsuitkering? Informeer bij je eigen gemeente of er lokale regelingen of bijzondere bijstand beschikbaar zijn voor noodzakelijke kosten rond de geboorte. De voorwaarden en mogelijkheden verschillen per gemeente.

Toeslagen bij een zelfstandige woning of huurwoning

Heb je als jonge ouder een eigen huishouden en woon je zelfstandig of in een huurwoning? Dan kun je, afhankelijk van je situatie, naast de regelingen voor kinderen ook recht hebben op andere toeslagen en gemeentelijke regelingen.

Welke regelingen kunnen van toepassing zijn?

➡️ Huurtoeslag: een bijdrage in de huurkosten voor mensen die aan de voorwaarden voldoen. De hoogte hangt onder andere af van je huur, inkomen, vermogen en huishoudsituatie. Voor huurtoeslag kunnen ook gegevens van medebewoners van belang zijn

➡️ Zorgtoeslag: een bijdrage in de kosten van je Nederlandse zorgverzekering. Vanaf 18 jaar kun je zorgtoeslag krijgen als je aan de voorwaarden voldoet. In 2026 ligt de maximale inkomensgrens op €40.857 voor iemand zonder toeslagpartner en op €51.142 voor iemand met een toeslagpartner. Hoe hoog je zorgtoeslag is, hangt onder andere af van je toetsingsinkomen en of je een toeslagpartner hebt.

➡️ Gemeentelijke kwijtschelding: gemeenten kunnen onder voorwaarden kwijtschelding van bepaalde gemeentelijke belastingen aanbieden.

➡️ Lokale regelingen: sommige gemeenten bieden aanvullende ondersteuning voor gezinnen met een laag inkomen, bijvoorbeeld voor sport, cultuur, schoolspullen of andere kosten voor kinderen. Het aanbod en de voorwaarden verschillen per gemeente.

Wanneer wordt de andere ouder je toeslagpartner?

Heb je samen een kind en wonen jullie op hetzelfde adres? Dan kunnen jullie toeslagpartners worden. De exacte regels en ingangsdatum hangen af van de omstandigheden.

Als jullie samen een kind hebben gekregen en op hetzelfde adres wonen, zijn jullie in principe toeslagpartners vanaf de 1e van de maand nadat aan beide voorwaarden is voldaan. Valt die tweede voorwaarde precies op de eerste dag van de maand, dan kan het toeslagpartnerschap vanaf die dag ingaan.

Voorbeeld: jullie wonen al samen en krijgen op 15 mei een kind. Dan zijn jullie vanaf 1 juni toeslagpartners. Krijgen jullie op 15 mei een kind, maar gaan jullie pas op 1 juli op hetzelfde adres wonen? Dan zijn jullie vanaf 1 juli toeslagpartners.

Waarom is dit belangrijk voor je toeslagen?

Vanaf het moment dat je toeslagpartner wordt, kan het inkomen van de andere ouder meetellen bij de berekening van je toeslagen.

Daarbij kijkt Dienst Toeslagen voor het toetsingsinkomen naar het inkomen over het hele kalenderjaar. Word je bijvoorbeeld in juni toeslagpartners, dan kan het jaarinkomen van je partner over januari tot en met december worden meegenomen bij de berekening van de toeslag over de maanden waarin jullie toeslagpartners zijn.

Dit betekent dat een partner die vóór het toeslagpartnerschap al inkomen heeft verdiend, toch invloed kan hebben op de hoogte van de toeslag over de periode waarin jullie toeslagpartners zijn.

Wat kan er veranderen?

Omdat jullie individuele inkomens vanaf de ingangsdatum bij elkaar worden opgeteld, heeft dit direct een ingrijpende impact op je totale maandbudget.

➡️ Huurtoeslag-afbouw: er gelden geen harde inkomensgrenzen meer voor de huurtoeslag, maar de regeling kent een vloeiende afbouw tot € 0,-. Het samenkomen van twee inkomens reduceert de huurtoeslag in de praktijk vaak direct tot nul.

➡️ Harde inkomensgrens zorgtoeslag: de afbouw verloopt sneller bij partners. In 2026 ligt de harde inkomensgrens voor partners samen op € 51.142 per jaar. Zodra jullie gezamenlijke toetsingsinkomen hier 1 euro boven komt, vervalt de zorgtoeslag direct volledig.

➡️ Aanpassing vereist over het héle kalenderjaar: geef niet alleen de geboorte of verhuizing door, maar pas direct ook de schatting van het jaarinkomen van de partner aan op Mijn Toeslagen. Het niet direct up-to-date houden van de inkomensschattingen leidt onherroepelijk tot zware schulden en hoge achteraf-terugvorderingen.

Voorkom verrassingen bij een wijziging

Verandert je gezinssituatie doordat je gaat samenwonen, een kind krijgt of toeslagpartner wordt? Controleer dan je gegevens in Mijn toeslagen. Kijk daarbij ook naar het geschatte toetsingsinkomen van jou en je eventuele toeslagpartner.

Verandert je inkomen gedurende het jaar? Geef de wijziging dan zo snel mogelijk door. Dienst Toeslagen gebruikt je geschatte inkomen voor de voorlopige berekening. De definitieve toeslag wordt later berekend op basis van de werkelijke inkomensgegevens. Als je voorschot te hoog was, kan het zijn dat je een bedrag moet terugbetalen.

💡 Tip: maak bij een verandering in je gezinssituatie opnieuw een proefberekening. Zo krijg je sneller inzicht in wat er waarschijnlijk met je toeslagen gebeurt.

Studiefinanciering en DUO-regelingen voor jonge ouders

Ben je student én ouder? Dan zijn er verschillende regelingen die kunnen helpen wanneer je studie door zwangerschap, de geboorte van een kind of zorgtaken vertraging oploopt. Welke ondersteuning mogelijk is, hangt af van je opleiding en persoonlijke situatie.

DUO regelt de studiefinanciering. Voor aanvullende ondersteuning bij studievertraging kun je ook terecht bij je mbo-school, hogeschool of universiteit.

MBO- studenten:

🔹Studiefinanciering: als je aan de voorwaarden voldoet, kun je tijdens je ouderschap studiefinanciering blijven ontvangen. Voor mbo 3 en 4 bestaat de studiefinanciering onder andere uit een basisbeurs, aanvullende beurs, lening en studentenreisproduct. Hoelang je recht hebt op deze onderdelen verschilt.

🔹Lening aanpassen: een studielening bij DUO kun je zelf aanpassen of stopzetten via Mijn DUO. Je bepaalt zelf hoeveel je leent binnen de geldende maximale bedragen.

🔹Mbo-studentenfonds: loop je door bijvoorbeeld zwangerschap studievertraging op, dan kun je onder voorwaarden financiële ondersteuning aanvragen via het mbo-studentenfonds van je school. De voorwaarden en hoogte van de vergoeding bij bijzondere omstandigheden worden door de school bepaald.

HBO- en WO-studenten:

🔹Studievertraging melden: loop je door zwangerschap of andere bijzondere omstandigheden vertraging op, bespreek dit dan zo snel mogelijk met je studentendecaan of studiebegeleider. Die kan samen met jou bekijken welke ondersteuning mogelijk is.

🔹Profileringsfonds: hogescholen en universiteiten moeten voorzieningen hebben voor studenten die door bijzondere omstandigheden studievertraging oplopen of dreigen op te lopen. Zwangerschap en bevalling kunnen hieronder vallen. De hoogte en duur van de financiële ondersteuning verschillen per instelling en persoonlijke situatie.

🔹Verlenging van de diplomatermijn: in bepaalde situaties kan DUO de diplomatermijn verlengen als bijzondere medische of niet-medische omstandigheden ervoor zorgen dat je je diploma niet binnen 10 jaar kunt behalen. Een aanvraag loopt via de studentendecaan of studiebegeleider en is aan voorwaarden gebonden.

🔹Let op bij uitschrijven: schrijf je je uit bij je opleiding, dan kan dit gevolgen hebben voor je studiefinanciering. Je moet zelf je studiefinanciering en eventueel je studentenreisproduct op tijd stopzetten. De diplomatermijn loopt bovendien volgens de DUO-regels door. Controleer daarom eerst welke gevolgen uitschrijven voor jouw situatie heeft.

Toeslag verzorging kind voor alleenstaande studenten

Ben je student en verzorg je naast je opleiding een kind? Dan kun je onder voorwaarden recht hebben op de toeslag verzorging kind van DUO. Dit is een extra bedrag bovenop je studiefinanciering.

In 2026 bedraagt deze toeslag €327,15 per maand.

Je kunt de toeslag krijgen als je onder andere:

🔹 geen partner hebt en een kind verzorgt dat jonger is dan 18 jaar;

🔹 kinderbijslag voor het kind ontvangt, of als het kind op jouw adres staat ingeschreven bij de gemeente. Bij co-ouderschap kan een uitzondering gelden;

🔹 voldoet aan de voorwaarden voor studiefinanciering.

DUO bepaalt voor deze regeling zelf wie als partner wordt gezien. Samenwonen met iemand kan er bijvoorbeeld toe leiden dat die persoon als partner wordt aangemerkt.

Wanneer krijg je de toeslag?

De toeslag verzorging kind gaat meestal in vanaf de maand na de geboortedatum van je kind. Wordt je kind op de eerste dag van de maand geboren, dan kan de toeslag vanaf diezelfde maand ingaan.

Je kunt de toeslag binnen een studiejaar met terugwerkende kracht aanvragen.

De maximale duur van de toeslag verschilt per opleiding. Voor mbo 3 en 4, hbo en universiteit gelden bijvoorbeeld andere regels voor de periode waarin je de toeslag als gift kunt ontvangen en de periode waarin deze eventueel als extra lening kan worden verstrekt.

💡 Tip: krijg je een kind tijdens je studie of verwacht je studievertraging door zwangerschap of zorgtaken? Neem dan zo snel mogelijk contact op met je studiebegeleider of studentendecaan. Vraag daarnaast bij DUO en je onderwijsinstelling welke financiële regelingen in jouw situatie van toepassing zijn.

Studentenrekening

Ontvang je studiefinanciering veilig en beheers je geld eenvoudig.

Open je gratis Bunq studentenrekening

Verlofregelingen en ondersteuning via het UWV

Als je werkt of zelfstandig ondernemer bent en een kind krijgt, kun je gebruikmaken van verschillende wettelijke verlofregelingen. Voor werknemers loopt de financiële uitkering bij bepaalde verlofregelingen via het UWV. Welke regeling voor jou geldt, hangt onder andere af van je werksituatie.

🔹Zwangerschaps- en bevallingsverlof: als je in loondienst bent, heb je recht op minimaal 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. De WAZO-uitkering wordt via de werkgever aangevraagd bij het UWV. De uitkering is gebaseerd op je dagloon en is gemaximeerd op het wettelijke maximumdagloon.

🔹Geboorteverlof voor partners: als partner heb je recht op 1 werkweek geboorteverlof, waarbij je werkgever je loon volledig doorbetaalt. Daarnaast kun je maximaal 5 werkweken aanvullend geboorteverlof opnemen. Tijdens dit aanvullende verlof ontvang je een UWV-uitkering van 70% van je dagloon, tot 70% van het maximumdagloon.

🔹Betaald ouderschapsverlof: beide ouders die in loondienst werken kunnen maximaal 9 weken gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof opnemen in het eerste levensjaar van hun kind. De UWV-uitkering bedraagt 70% van het dagloon, tot 70% van het maximumdagloon. Je kunt dit verlof flexibel opnemen, bijvoorbeeld enkele uren per dag of enkele dagen per week. De 9 betaalde weken moeten wel binnen het eerste levensjaar van je kind worden opgenomen om voor de UWV-uitkering in aanmerking te komen.

🔹ZEZ-regeling voor zelfstandigen: als zelfstandige kun je onder voorwaarden een zwangerschaps- en bevallingsuitkering (ZEZ) aanvragen. De uitkering duurt minimaal 16 weken en bij een meerling minimaal 20 weken. De hoogte hangt af van je situatie en bedraagt maximaal het minimumloon.

Heb je in het kalenderjaar vóór het jaar waarin je ZEZ-uitkering start minimaal 1.225 uur als zelfstandige gewerkt? Dan krijg je de maximale ZEZ-uitkering, tot het minimumloon. Heb je minder dan 1.225 uur gewerkt, dan wordt de hoogte van de uitkering berekend op basis van je winst of inkomsten.

Maximumdagloon in 2026

Voor uitkeringen die op het dagloon zijn gebaseerd, geldt vanaf 1 juli 2026 een maximumdagloon van €309,91 bruto per dag. Verdien je meer dan dit bedrag, dan wordt voor de berekening van de betreffende UWV-uitkering het maximumdagloon gebruikt.

Hoe plan je jouw zwangerschapsverlof?

Bij een zwangerschap van één kind kun je zelf bepalen wanneer je zwangerschapsverlof begint. Dat kan tussen 6 en 4 weken vóór de dag na de uitgerekende bevallingsdatum. Neem je minder dan 6 weken zwangerschapsverlof op, dan worden de niet-opgenomen weken toegevoegd aan je bevallingsverlof.

Ben je zwanger van een tweeling of meerling? Dan kun je tussen 10 en 8 weken vóór de dag na de uitgerekende bevallingsdatum met zwangerschapsverlof gaan. Je hebt dan in totaal recht op minimaal 20 weken verlof.

De flexibiliteit rond het zwangerschapsverlof

➡️ Langer doorwerken: kies je ervoor om tussen 6 en 4 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum te blijven werken, dan worden de niet-opgenomen weken toegevoegd aan je bevallingsverlof. Daardoor kun je na de geboorte langer verlof hebben.

➡️ Na de bevalling: je bevallingsverlof begint op de dag na de geboorte. Je hebt minimaal 10 weken bevallingsverlof. Wordt je kind later geboren dan de uitgerekende datum, dan wordt je totale verlof daardoor langer dan 16 weken.

➡️ Bevallingsverlof flexibel opnemen: het deel van je bevallingsverlof dat overblijft na de eerste 6 weken na de bevalling, kun je in delen opnemen. Je kunt dit verlof verspreiden over maximaal 30 weken. Bespreek dit uiterlijk 3 weken na het begin van je bevallingsverlof met je werkgever.

Wanneer moet je verlof aanvragen?

➡️ Zwangerschaps- en bevallingsverlof: geef uiterlijk 3 weken vóór de gewenste ingangsdatum aan je werkgever door wanneer je zwangerschapsverlof wilt laten ingaan. De werkgever vraagt vervolgens de WAZO-uitkering aan bij het UWV. Dit kan tussen 4 en 2 weken vóór de start van het verlof.

➡️ Geboorteverlof: neem je 1 week geboorteverlof op, dan moet je dit binnen 4 weken na de geboorte opnemen. Je werkgever betaalt je loon tijdens dit verlof door.

➡️ Aanvullend geboorteverlof: vraag dit minimaal 4 weken vóór de gewenste ingangsdatum aan bij je werkgever. Het aanvullende verlof moet binnen 6 maanden na de geboorte worden opgenomen.

➡️ Betaald ouderschapsverlof: vraag ouderschapsverlof in principe minimaal 2 maanden vóór de gewenste ingangsdatum schriftelijk aan bij je werkgever. De 9 betaalde weken moeten binnen het eerste levensjaar van je kind worden opgenomen om voor de UWV-uitkering in aanmerking te komen.

➡️ ZEZ-uitkering: zelfstandigen kunnen de ZEZ-uitkering aanvragen tussen 4 en 2 weken vóór de gewenste startdatum. Je vraagt deze zelf aan bij het UWV.

💡 Tip: bespreek je verlof ruim op tijd met je werkgever of, als je zelfstandig ondernemer bent, controleer tijdig wanneer je de ZEZ-uitkering kunt aanvragen. Zo weet je vooraf welke inkomsten en verlofperiodes je kunt verwachten.

Financiële hulp via de gemeente en lokale regelingen

Naast landelijke toeslagen bieden Nederlandse gemeenten aanvullende ondersteuning aan gezinnen met een laag inkomen. Deze lokale regelingen kunnen helpen om de kosten voor kinderen betaalbaar te houden. Omdat gemeenten deze regelingen zelf uitvoeren, verschillen de voorwaarden en beschikbare hulp per woonplaats.

Bijzondere bijstand voor bijzondere kosten:

Bijzondere bijstand is bedoeld voor noodzakelijke kosten die je door bijzondere omstandigheden niet zelf kunt betalen. De gemeente beoordeelt of je hiervoor in aanmerking komt. Daarbij kijkt de gemeente onder andere naar je inkomen, vermogen en persoonlijke situatie. De kosten moeten onder meer aantoonbaar, noodzakelijk en bijzonder of onvoorzien zijn en mogen niet op een andere manier worden vergoed.

🔹 Babyuitzet: kosten voor bijvoorbeeld een babyuitzet of kinderwagen worden niet automatisch vergoed. Of bijzondere bijstand mogelijk is, hangt af van je persoonlijke situatie en de beoordeling door je gemeente.

🔹 Inkomen en vermogen: de gemeente kijkt naar je financiële situatie. Er kunnen inkomens- en vermogensgrenzen gelden. Welke voorwaarden precies gelden, hangt af van je situatie en de regeling.

🔹 Gift of lening: bijzondere bijstand kan worden verstrekt als een gift of als een lening. De gemeente bepaalt welke vorm in jouw situatie geldt.

👉 Tip: vraag bij je gemeente naar de mogelijkheden voor bijzondere bijstand en vraag bij voorkeur vooraf of de kosten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

Het lokale kindpakket

Veel gemeenten bieden extra ondersteuning aan gezinnen met kinderen en een laag inkomen. Dit kan bijvoorbeeld via een kindpakket. Daarmee kunnen kinderen bijvoorbeeld hulp krijgen bij kosten voor kleding, schoolspullen, zwemlessen, sport of andere activiteiten.

Welke voorzieningen beschikbaar zijn en welke voorwaarden gelden, verschilt per gemeente.

Gemeenten werken hiervoor ook samen met maatschappelijke organisaties, zoals Stichting Leergeld en Samen voor alle kinderen (Sam&).

Directe hulp via maatschappelijke initiatieven

Naast gemeentelijke regelingen zijn er maatschappelijke organisaties die gezinnen kunnen helpen met praktische spullen.

🔹 Stichting Babyspullen: deze stichting verstrekt babystartpakketten aan (aanstaande) ouders die financieel moeilijk rondkomen. Een aanvraag loopt via een aangesloten hulpverlener, zoals een verloskundige of kraamzorgorganisatie. De hulpverlener vraagt het pakket namens de ouder aan. Dit kan in gemeenten waarmee Stichting Babyspullen samenwerkt.

🔹 Lokale initiatieven: afhankelijk van je woonplaats zijn er daarnaast bijvoorbeeld kledingbanken, voedselbanken of andere maatschappelijke organisaties die ondersteuning bieden aan gezinnen met een laag inkomen.

💡 Tip: vraag bij het sociale loket, wijkteam of sociaal raadslieden van je gemeente welke regelingen er in jouw woonplaats zijn. Zij kunnen je ook vertellen waar je een aanvraag kunt doen en welke organisaties aanvullende hulp bieden.

Zorgverzekering en de baby aanmelden

Na de geboorte moet je je kind binnen 4 maanden aanmelden bij een zorgverzekeraar. Dit is een wettelijke termijn. Als je dit op tijd doet, geldt de zorgverzekering vanaf de geboortedatum. Het is daarom verstandig om de aanmelding niet uit te stellen.

De belangrijkste regels

🔹 Geen premie voor de basisverzekering tot 18 jaar: kinderen jonger dan 18 jaar betalen geen premie voor de basisverzekering. Ook geldt er geen eigen risico voor kinderen onder de 18 jaar.

🔹 Eerst geboorteaangifte en BSN: na de geboorte doe je aangifte bij de gemeente waar je kind is geboren. Bij de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) krijgt je kind een burgerservicenummer (BSN). Dit BSN heb je nodig voor verschillende zaken, waaronder het regelen van de zorgverzekering.

🔹 Aanmelden bij een zorgverzekeraar: je kunt je kind aanmelden bij je eigen zorgverzekeraar, maar dat hoeft niet. Je kunt voor je kind ook een andere zorgverzekeraar kiezen.

🔹 Aanmelden bij de ouder met de meest uitgebreide dekking: sommige ouders kiezen ervoor om hun kind mee te verzekeren bij de ouder met de meest uitgebreide aanvullende verzekering. Of en onder welke voorwaarden een kind dan wordt meeverzekerd, verschilt per verzekeraar en polis. Controleer daarom altijd de voorwaarden van de betreffende aanvullende verzekering.

🔹 Aanvullende verzekering: de basisverzekering heeft een wettelijk vastgesteld basispakket. Voor aanvullende verzekeringen verschillen de voorwaarden, vergoedingen en premies per verzekeraar en polis. Een aanvullende verzekering is niet verplicht.

Wat gebeurt er als je te laat bent?

Meld je je kind pas na de wettelijke termijn van 4 maanden aan, dan kan er een periode ontstaan waarin je kind onverzekerd is. De zorgverzekering gaat dan niet automatisch terug tot de geboortedatum. Zorgkosten uit de periode waarin je kind niet verzekerd was, kunnen voor eigen rekening komen.

Bij onverzekerdheid kan het CAK je aanschrijven. Als je daarna niet op tijd een zorgverzekering afsluit, kan een boete volgen.

Waar kun je op letten bij je keuze?

Je kunt je kind aanmelden bij je eigen zorgverzekeraar of bij een andere verzekeraar. Als je gebruik wilt maken van een aanvullende verzekering, kijk dan bijvoorbeeld naar de dekking voor zorg die je kind mogelijk nodig heeft.

Let daarbij op de voorwaarden, vergoedingen en eventuele beperkingen van de aanvullende verzekering. Een aanvullende verzekering is niet verplicht.

💡 Tip: meld je baby bij voorkeur direct aan zodra je de benodigde gegevens hebt. Controleer daarbij of je kind op de juiste polis staat en welke basis- en aanvullende dekking van toepassing is.

Let op bij fysiotherapie: voor kinderen onder de 18 jaar wordt fysiotherapie onder voorwaarden vanuit de basisverzekering vergoed. Bij een aandoening die niet op de lijst met chronische aandoeningen staat, gaat het om 9 behandelingen per jaar, met bij onvoldoende resultaat mogelijk nog maximaal 9 extra behandelingen. Voor aandoeningen die wel op de chronische lijst staan, gelden andere regels. Controleer daarom altijd de actuele voorwaarden.

Slim budgetteren als jonge ouder

De komst van een baby verandert je uitgavenpatroon. Het helpt daarom om regelmatig een overzicht te maken van je inkomsten, vaste lasten en kosten voor je kind.

Kosten om rekening mee te houden

🔹 Eenmalige kosten: vóór en rond de geboorte krijg je te maken met kosten voor bijvoorbeeld een babyuitzet, kinderwagen, babykamer en andere benodigdheden. Deze kosten hoef je niet iedere maand te maken, maar het kan wel helpen om ze vooraf in je budget mee te nemen.

🔹 Kinderopvang: als je gebruikmaakt van geregistreerde kinderopvang, betaal je zelf een deel van de kosten. De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt onder andere af van je inkomen, de opvangkosten en het aantal opvanguren.

🔹 Kinderopvangtoeslag aanvragen: vraag de kinderopvangtoeslag zo snel mogelijk aan. Dit kan al zodra je kind is geboren, een BSN heeft en je een opvangcontract hebt. Je moet de toeslag uiterlijk binnen 3 maanden nadat de opvang is gestart aanvragen. Anders kun je een deel van de toeslag mislopen.

🔹 Dagelijkse verzorging: houd rekening met terugkerende kosten voor bijvoorbeeld luiers, babyvoeding, verzorgingsproducten en kleding. Deze kosten kunnen veranderen naarmate je kind ouder wordt.

🔹 Zorgverzekering: meld je kind binnen 4 maanden na de geboorte aan bij een zorgverzekeraar. Als je dit op tijd doet, gaat de verzekering in vanaf de geboortedatum. Kinderen jonger dan 18 jaar betalen geen premie voor de basisverzekering en hebben geen eigen risico. Voor aanvullende verzekeringen verschillen de voorwaarden en vergoedingen per verzekeraar. Controleer daarom wat voor jouw kind wordt vergoed en of er een premie geldt.

🔹 Minder inkomen: als een van de ouders minder gaat werken of ouderschapsverlof opneemt, kan het maandelijkse inkomen dalen. Dit kan ook gevolgen hebben voor bepaalde toeslagen. Houd daarom niet alleen je uitgaven, maar ook je verwachte inkomsten in de gaten.

🔹 Kinderbijslag en kindgebonden budget: na de geboorteaangifte geeft de gemeente de geboorte door aan de SVB. Bij een eerste kind krijg je daarna informatie van de SVB over het aanvragen van kinderbijslag. Bij een volgend kind wordt de kinderbijslag doorgaans automatisch aangepast. De kinderbijslag wordt per kwartaal betaald. Afhankelijk van onder andere je inkomen en gezinssituatie kun je daarnaast recht hebben op kindgebonden budget. Vanaf 2027 wordt het kindgebonden budget voor hogere inkomens sneller afgebouwd. Controleer daarom de actuele voorwaarden en bedragen.

🔹 Belastingkortingen: onder bepaalde voorwaarden kunnen werkende ouders recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Deze belastingkorting wordt vanaf 2027 stapsgewijs afgebouwd. Controleer daarom de actuele voorwaarden en bedragen bij de Belastingdienst.

🔹 Sparen voor later: je kunt ervoor kiezen om regelmatig geld apart te zetten voor toekomstige uitgaven, bijvoorbeeld voor school, studie of andere kosten die later kunnen ontstaan.

Praktische budgettips

🔹 Spreid de kinderbijslag: de kinderbijslag wordt per kwartaal betaald. Je kunt het bedrag op een aparte rekening zetten en bijvoorbeeld iedere maand een deel gebruiken voor je budget. Zo sluit deze betaling beter aan bij maandelijkse kosten.

🔹 Overweeg tweedehands: veel babyspullen kun je tweedehands kopen. Denk bijvoorbeeld aan kleding, een kinderwagen of andere spullen die relatief kort worden gebruikt. Let bij gebruikte spullen wel goed op de staat en veiligheid

Handige hulpmiddelen

➡️ Nibud: gebruik informatie en hulpmiddelen van het Nibud om inzicht te krijgen in je inkomsten, uitgaven en budget.

➡️ Budgetapp of bank-app: veel bank-apps bieden functies om inkomsten en uitgaven te categoriseren. Controleer regelmatig of de indeling klopt en houd rekening met veranderingen in je vaste lasten en toeslagen.

➡️ Aparte spaarrekening: een aparte spaarrekening kan helpen om geld opzij te zetten voor een specifiek doel of voor onverwachte uitgaven.

💡 Tip: kijk regelmatig opnieuw naar je budget. Je inkomsten, toeslagen en uitgaven kunnen veranderen wanneer je kind ouder wordt. Een vast bedrag automatisch sparen kan helpen om stap voor stap een financiële reserve op te bouwen.

Werken en planning combineren

Veel jonge ouders combineren een baan of bijbaan met de dagelijkse zorg en opvoeding van hun kind. Een goede planning kan helpen om werk, gezin en vrije tijd beter op elkaar af te stemmen. Het Nederlandse arbeidsrecht biedt daarnaast verschillende mogelijkheden om werk en gezin te combineren.

➡️ Flexibele werktijden: onder de Wet flexibel werken kun je onder voorwaarden schriftelijk vragen om je arbeidsduur, werktijden of arbeidsplaats aan te passen. In veel gevallen moet je minimaal 26 weken in dienst zijn en geldt voor de werkgever een termijn om op je verzoek te reageren. Voor verzoeken die verband houden met de zorg voor kinderen jonger dan 8 jaar geldt de voorwaarde van minimaal 10 werknemers niet. Een verzoek betekent niet automatisch dat je werkgever de gewenste aanpassing moet toestaan.

➡️ Ouderschapsverlof opnemen: je hebt per kind recht op 26 keer het aantal uren dat je per week werkt aan ouderschapsverlof. Van deze 26 weken zijn 9 weken gedeeltelijk betaald als je ze in het eerste levensjaar van je kind opneemt. De UWV-uitkering bedraagt 70% van je dagloon, tot maximaal 70% van het maximumdagloon. De overige weken zijn in principe onbetaald, tenzij je werkgever of cao een aanvullende regeling biedt.

➡️ Ouderschapsverlof aanvragen: je vraagt ouderschapsverlof minimaal 2 maanden van tevoren schriftelijk aan bij je werkgever. Je geeft daarbij aan hoe je het verlof wilt opnemen. Je werkgever vraagt de uitkering vervolgens aan bij het UWV. Dit gebeurt nadat je een deel van het verlof hebt opgenomen.

➡️ Plan werk en gezin samen: een digitale agenda of planning kan helpen om werktijden, opvang, afspraken en andere gezinstaken overzichtelijk te houden. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld een agenda-app of een andere digitale planningstool gebruiken. AI-planningstools kunnen daarbij praktisch zijn, maar controleer altijd zelf of de planning aansluit bij je werkafspraken en gezinsplanning.

Woonsituatie en huisvesting

De komst van een kind kan gevolgen hebben voor je woonsituatie en voor de manier waarop je in aanmerking komt voor bepaalde woonregelingen. Let bijvoorbeeld op de volgende mogelijkheden:

➡️ Urgentie of voorrang bij een sociale huurwoning: in sommige gemeenten kun je onder bepaalde omstandigheden voorrang krijgen op een sociale huurwoning. De voorwaarden verschillen per gemeente en staan in de lokale huisvestingsverordening. Een gezinsuitbreiding kan in sommige situaties onderdeel zijn van de beoordeling, bijvoorbeeld wanneer je huidige woning te klein is. Een pasgeboren kind geeft niet automatisch recht op urgentie.

➡️ Huurtoeslag aanvragen of aanpassen: woon je in een zelfstandige huurwoning, dan kan je kind voor de huurtoeslag als medebewoner meetellen. Of en hoeveel huurtoeslag je krijgt, hangt onder andere af van je huur, inkomen, vermogen en gezinssituatie. Een kind leidt daarom niet automatisch tot een hogere huurtoeslag.

💡 Tip: heb je moeite om passende woonruimte te vinden? Informeer bij je gemeente en woningcorporatie naar de lokale regels voor urgentie of andere vormen van voorrang. Controleer bij veranderingen in je gezinssituatie ook of je recht op huurtoeslag verandert.

Toeslagen en overheidsregelingen goed controleren

Als je meerdere vormen van overheidssteun ontvangt, is het belangrijk om je gegevens goed bij te houden. Veranderingen in je inkomen, gezinssituatie of opvang kunnen namelijk gevolgen hebben voor de hoogte van je toeslagen.

➡️ Gebruik de juiste loketten: zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget regel je via Mijn Toeslagen van Dienst Toeslagen. Kinderbijslag is geen toeslag en regel je via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

➡️ Maak een proefberekening: gebruik de officiële Proefberekening toeslagen van Dienst Toeslagen om vooraf te bekijken of je mogelijk recht hebt op een toeslag en hoeveel je ongeveer kunt krijgen. De uitkomst is een berekening op basis van de gegevens die je invult; je definitieve recht kan later veranderen.

➡️ Let op aanvraagtermijnen: vraag toeslagen op tijd aan. Voor kinderopvangtoeslag geldt dat je de aanvraag binnen 3 maanden na de start van de opvang moet doen om te voorkomen dat je een deel van de toeslag misloopt. Voor andere toeslagen gelden eigen aanvraagtermijnen. Controleer daarom de actuele voorwaarden bij Dienst Toeslagen.

➡️ Kindgebonden budget: krijg je al huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag? Dan hoef je het kindgebonden budget meestal niet zelf aan te vragen als je er recht op hebt; je krijgt dan bericht van Dienst Toeslagen. Ontvang je nog geen andere toeslag, dan moet je het kindgebonden budget mogelijk zelf aanvragen.

➡️ Geef veranderingen door: verandert je inkomen, gezinssituatie of het aantal opvanguren? Geef dit zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen. Toeslagen worden vaak als voorschot uitbetaald op basis van een geschat inkomen. Als je uiteindelijke inkomen hoger blijkt te zijn, kan het zijn dat je een deel moet terugbetalen.

💡 Tip: controleer regelmatig je gegevens in Mijn Toeslagen, vooral na veranderingen in werk, inkomen, opvang of gezinssituatie. Zo verklein je de kans dat je later een groot bedrag moet terugbetalen.

Co-ouderschap en de verdeling van toeslagen

Als ouders niet samenwonen en de dagelijkse zorg voor hun kind(eren) ongeveer gelijk verdelen, kunnen zij voor de toeslagen als co-ouders worden gezien. Dit kan gevolgen hebben voor de verdeling van kinderbijslag en voor het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag.

🔹 Kinderbijslag: bij co-ouderschap kunnen ouders samen afspreken hoe de kinderbijslag wordt verdeeld. Spreken jullie niets af, dan krijgt ieder in principe de helft. De SVB kijkt daarbij naar de afspraken over de zorg en kosten voor het kind. Geef veranderingen in de situatie of afspraken door aan de SVB.

🔹 Kindgebonden budget: het kindgebonden budget wordt per kind aan één ouder uitbetaald. In principe is dat de ouder die bij de SVB als aanvrager van de kinderbijslag staat geregistreerd. Co-ouders kunnen samen bepalen welke ouder de aanvrager van de kinderbijslag is. Omdat het inkomen en de gezinssituatie invloed hebben op het bedrag, kan het verstandig zijn om vooraf voor beide ouders een proefberekening te maken.

🔹 Meerdere kinderen: hebben jullie twee of meer kinderen, dan kunnen jullie ervoor kiezen om voor verschillende kinderen ieder als aanvrager van de kinderbijslag geregistreerd te staan. Als beide ouders aan de voorwaarden voldoen, kunnen zij daardoor allebei kindgebonden budget ontvangen. Een proefberekening kan helpen om te zien wat dit in jullie situatie betekent.

🔹 Kinderopvangtoeslag: co-ouders kunnen allebei kinderopvangtoeslag krijgen voor het deel van de opvangkosten dat zij zelf betalen. Daarvoor moet iedere ouder een eigen contract met de kinderopvang hebben, of kunnen beide ouders samen één contract hebben dat op naam van allebei staat en door beiden is ondertekend. Iedere ouder vraagt alleen toeslag aan voor het eigen deel van de opvang. Samen kunnen de ouders voor maximaal 230 uur per kind per maand kinderopvangtoeslag krijgen.

💡Tip: co-ouderschap kan gevolgen hebben voor meerdere regelingen tegelijk. Maak daarom bij veranderingen in de zorgverdeling een proefberekening en controleer bij de SVB en Dienst Toeslagen welke gegevens moeten worden aangepast.

De invloed van een kind op je belastingaangifte

De komst van een kind kan gevolgen hebben voor je inkomstenbelasting. Afhankelijk van je persoonlijke situatie kun je in aanmerking komen voor bepaalde fiscale regelingen bij de Belastingdienst.

➡️ Specifieke zorgkosten: onder voorwaarden kun je bepaalde niet-vergoede zorgkosten van jezelf, je fiscale partner of in bepaalde situaties je kind aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting. Er geldt een inkomensafhankelijk drempelbedrag. Alleen het deel van de aftrekbare kosten dat boven deze drempel uitkomt, komt voor aftrek in aanmerking. Het eigen risico en kosten die door de zorgverzekeraar worden vergoed, zijn niet aftrekbaar. Controleer daarom welke kosten volgens de actuele regels in aanmerking komen.

➡️ Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK): als je werkt en een kind jonger dan 12 jaar hebt, kun je onder voorwaarden recht hebben op deze belastingkorting. Voor 2026 geldt onder andere dat je arbeidsinkomen hoger moet zijn dan € 6.239 en dat het kind in 2026 minstens 6 maanden tot jouw huishouden hoort. Heb je een fiscale partner, dan gelden aanvullende voorwaarden. Voor co-ouders geldt een specifieke regeling waarbij het kind minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij iedere ouder moet zijn.

➡️ Fiscaal partnerschap: woon je samen met de andere ouder van je kind, dan kun je onder voorwaarden fiscale partners zijn. Bij ongehuwd samenwonen moet je onder andere op hetzelfde BRP-adres staan en aan een aanvullende voorwaarde voldoen, zoals samen een kind hebben. Fiscaal partnerschap kan gevolgen hebben voor je belastingaangifte. Als je het hele jaar fiscale partners bent, of daarvoor kiest wanneer dat mogelijk is, kun je bepaalde gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten onderling verdelen.

💡 Tip: veranderingen in je gezinssituatie, zoals de geboorte van een kind, gaan vaak samen met veranderingen in je inkomen of woonsituatie. Controleer daarom bij de Belastingdienst welke fiscale regels voor jouw persoonlijke situatie gelden.

Wat te doen bij een terugvordering van toeslagen?

Krijg je een beschikking waarin staat dat je toeslag moet terugbetalen? Controleer dan eerst de gegevens waarop de berekening is gebaseerd. Kijk bijvoorbeeld of je geschatte inkomen, gezinssituatie en andere gegevens in Mijn Toeslagen nog kloppen.

Een terugvordering kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld omdat je inkomen uiteindelijk hoger was dan vooraf geschat, je gezinssituatie is veranderd of je recht op een toeslag gedurende het jaar is gewijzigd.

Klopt de berekening volgens jou niet, of kun je het bedrag niet in één keer betalen? Dan kun je de volgende stappen nemen:

➡️ Stap 1: controleer de berekening en vraag uitleg: kijk eerst in Mijn Toeslagen naar de gegevens en berekening. Heb je vragen of kom je er zelf niet uit? Dan kun je gratis contact opnemen met de BelastingTelefoon via 0800-0543. Een medewerker kan uitleg geven over je situatie en vertellen welke vervolgstap mogelijk is.

➡️ Stap 2: een betalingsregeling: kun je het bedrag niet in één keer betalen? Voor een toeslagschuld kun je in maximaal 24 maanden terugbetalen. Je hoeft hiervoor niet altijd apart een betalingsregeling aan te vragen. In de brief staat het minimale maandbedrag. Betaal je het eerste termijnbedrag vóór de uiterste betaaldatum, dan begint de regeling automatisch. Je kunt er ook voor kiezen om een hoger bedrag per maand te betalen en daardoor eerder klaar te zijn.

Let op de rente: bij het terugbetalen van een toeslag betaal je invorderingsrente. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt deze rente 4,3%. De rente wordt berekend vanaf de uiterste betaaldatum tot het moment waarop het verschuldigde bedrag is betaald.

➡️ Stap 3: een persoonlijke betalingsregeling: lukt het niet om de toeslag binnen 24 maanden terug te betalen omdat je dan onvoldoende geld overhoudt om van te leven? Dan kun je een persoonlijke betalingsregeling aanvragen. Dienst Toeslagen kijkt daarbij naar je inkomsten, uitgaven, bezittingen en schulden.

➡️ Stap 4: bezwaar maken: ben je het niet eens met de definitieve berekening? Dan kun je binnen 6 weken na de datum van de berekening bezwaar maken. Bij een definitieve berekening van de toeslag kun je dit volgens de instructies van Dienst Toeslagen doen. Als je bezwaar maakt, krijg je meestal uitstel van betaling totdat het bezwaar is beoordeeld.

💡 Tip: wacht niet af als je een terugvordering niet kunt betalen. Controleer eerst de berekening en neem zo nodig contact op met Dienst Toeslagen. Als het bedrag klopt maar je het niet kunt betalen, kijk dan zo snel mogelijk naar een betalingsregeling.

Moet ik toeslagen elk jaar opnieuw aanvragen?

Nee, meestal hoef je een lopende toeslag niet ieder jaar opnieuw aan te vragen. Als je aan de voorwaarden blijft voldoen, loopt de toeslag vanzelf door in het nieuwe jaar. Verandert er iets in je inkomen, gezinssituatie of andere gegevens die van invloed zijn op je toeslag? Dan moet je die wijziging zelf doorgeven aan Dienst Toeslagen.

Wat wél belangrijk is voor je budgetbeheer:

➡️ Controleer regelmatig je gegevens: kijk in Mijn Toeslagen of je geschatte jaarinkomen en andere gegevens nog kloppen. Zo verklein je de kans dat je te veel of juist te weinig toeslag ontvangt.

➡️ Geef veranderingen zo snel mogelijk door: verandert je inkomen, bijvoorbeeld doordat je meer of minder gaat werken? Pas je gegevens dan aan via Mijn Toeslagen of de app Toeslagen.

➡️ Let extra op bij kinderopvangtoeslag: veranderen de opvanguren, het uurtarief of stopt de opvang? Geef dit dan zo snel mogelijk door. Voor deze wijzigingen geldt een termijn van uiterlijk 4 weken.

➡️ Verandert je studie of werk? Ook dit kan gevolgen hebben voor je recht op kinderopvangtoeslag. Stop je bijvoorbeeld met je studie en ga je niet direct werken, dan moet je dit binnen 4 weken doorgeven.

💡 Tip: zet bijvoorbeeld ieder kwartaal een herinnering in je digitale agenda om je gegevens in Mijn Toeslagen te controleren. Zo merk je veranderingen in inkomen, gezinssituatie of opvang sneller op en verklein je de kans op een latere terugvordering.

Praktische hulp en adviesinstanties

Naast landelijke regelingen zijn er verschillende organisaties en gemeentelijke voorzieningen waar je terechtkunt voor hulp en ondersteuning.

➡️ Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) – voor vragen over opvoeding, de ontwikkeling van je kind en ondersteuning bij het gezin. De precieze dienstverlening verschilt per gemeente.

➡️ Gemeente, sociaal wijkteam of jongerenloket – voor ondersteuning bij bijvoorbeeld geldzaken, budgetbeheer, wonen, werk, studie en andere vragen. Welke hulp beschikbaar is, verschilt per gemeente.

➡️ Stichting Leergeld – helpt kinderen uit gezinnen met geldzorgen om mee te doen op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, sport, cultuur en welzijn. Denk aan schoolspullen, sportkleding of andere voorzieningen. Het aanbod verschilt per lokale Leergeldstichting.

➡️ Geldfit (Geldfit.nl) – voor gratis en anonieme hulp bij vragen of zorgen over geld. Geldfit kan met je meedenken en je zo nodig in contact brengen met passende hulp.

💡 Tip: je hoeft financiële of praktische problemen niet alleen op te lossen. Vraag bij je gemeente, het sociaal wijkteam of een van deze organisaties welke ondersteuning in jouw situatie beschikbaar is.

Richtlijnen voor jonge ouders

➡️ Controleer regelmatig je Mijn Toeslagen-omgeving: log bijvoorbeeld ieder kwartaal in op Mijn Toeslagen of de app Toeslagen. Controleer of je geschatte jaarinkomen en andere gegevens nog kloppen. Zo verklein je de kans op een latere terugvordering.

➡️ Houd de aanvraagtermijnen in de gaten: vraag toeslagen op tijd aan. Kinderopvangtoeslag moet je zo snel mogelijk aanvragen. Je bent op tijd als je dit binnen 3 maanden doet nadat je er recht op krijgt. Zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget kun je over een bepaald jaar nog aanvragen tot en met 31 december van het volgende kalenderjaar.

➡️ Let op het kindgebonden budget: ontvang je al kinderopvangtoeslag, huurtoeslag of zorgtoeslag? Dan hoef je het kindgebonden budget meestal niet zelf aan te vragen. Je krijgt vanzelf bericht van Dienst Toeslagen als je er recht op hebt. Ontvang je nog geen andere toeslag, dan moet je het kindgebonden budget zelf aanvragen via Mijn Toeslagen.

➡️ Vergeet de kinderbijslag niet: na de geboorteaangifte geeft de gemeente de geboorte door aan de SVB. Heb je nog geen kinderbijslag voor een ander kind, dan krijg je daarna meestal binnen 2 tot 4 weken een brief van de SVB met informatie over het aanvragen van kinderbijslag via Mijn SVB.

➡️ Gebruik een overzicht voor je budget: houd je toeslagen, inkomsten en vaste lasten bij in een budgetoverzicht, bijvoorbeeld in een spreadsheet, budgetapp of de ingebouwde functies van je bank-app. Zo zie je sneller hoeveel geld er maandelijks beschikbaar is.

➡️ Verken lokale gemeentelijke regelingen: kijk of je in aanmerking komt voor bijvoorbeeld bijzondere bijstand, een lokaal kindpakket of ondersteuning via Stichting Leergeld. Het aanbod en de voorwaarden verschillen per gemeente.

➡️ Maak vooraf een maandbudget: breng de terugkerende kosten voor luiers, babyvoeding, kleding en het deel van de kinderopvangkosten dat je zelf betaalt vooraf in kaart.

Verborgen financiële risico’s om te bewaken

➡️ Een hoger inkomen kan gevolgen hebben voor je toeslagen: een bonus, loonsverhoging of extra uren werken kan je toetsingsinkomen verhogen. Daardoor kan je recht op een toeslag veranderen. Geef wijzigingen in je geschatte inkomen daarom zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen. Als je gedurende het jaar te veel toeslag hebt ontvangen, kan dit later leiden tot een gedeeltelijke terugvordering.

➡️ Let op het maximumuurtarief van de kinderopvang: voor de berekening van de kinderopvangtoeslag geldt per opvangsoort een wettelijk maximumuurtarief. Betaal je meer dan dit maximum, dan telt het meerdere niet mee voor de berekening van de toeslag. Daardoor kan je eigen bijdrage hoger uitvallen dan je vooraf had verwacht.

Dit artikel is uitsluitend bedoeld als algemene informatie. Regels en voorwaarden kunnen veranderen en kunnen per persoonlijke situatie verschillen. Kijk voor de meest actuele informatie en jouw persoonlijke situatie op de website van Dienst Toeslagen of de SVB.

Veelgemaakte fouten onder jonge ouders

❌ Een verandering in je inkomen niet op tijd doorgeven → je toeslag wordt berekend op basis van een geschat inkomen. Als je inkomen hoger uitvalt dan verwacht en je dit niet aanpast, kan dat later leiden tot een terugvordering. Geef wijzigingen daarom zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen.

❌ Bij co-ouderschap geen goede afspraken maken over toeslagen → bij co-ouderschap kunnen afspraken over de kinderbijslag en kinderopvangtoeslag gevolgen hebben voor het kindgebonden budget. Ouders moeten daarom goed controleren wie de aanvrager van de kinderbijslag is en welke gegevens bij Dienst Toeslagen bekend zijn.

❌ Kinderopvangtoeslag aanvragen voor niet-geregistreerde opvang → voor kinderopvangtoeslag moet de opvang geregistreerd staan in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Controleer daarom of de opvanglocatie en, bij gastouderopvang, het gastouderbureau geregistreerd zijn.

❌ Vergeten gegevens van je toeslagpartner mee te nemen → als je een toeslagpartner hebt, kan het inkomen en vermogen van je partner meetellen bij de berekening van je toeslag. Veranderingen bij jou of je toeslagpartner kunnen daarom gevolgen hebben voor het bedrag dat je ontvangt.

❌ Je baby te laat aanmelden bij de zorgverzekering → meld je kind binnen 4 maanden na de geboorte aan bij een zorgverzekeraar. Als je dit op tijd doet, geldt de zorgverzekering vanaf de geboortedatum.

❌ Officiële brieven of digitale berichten negeren → controleer berichten van Dienst Toeslagen en lees voorschotbeschikkingen en andere officiële berichten goed. Als er om aanvullende informatie of een actie wordt gevraagd, kan het belangrijk zijn om op tijd te reageren.

Kort samengevat:

➡️ Jonge en studerende ouders kunnen, afhankelijk van hun persoonlijke situatie, gebruikmaken van verschillende financiële regelingen en vormen van ondersteuning.

➡️ De kinderopvangtoeslag kan in 2026 voor bepaalde inkomensgroepen oplopen tot 96% van de kosten tot de wettelijke maximumuurprijs. Het exacte bedrag hangt onder andere af van het inkomen, het aantal kinderen en het soort opvang.

➡️ Kinderbijslag en kindgebonden budget kunnen bijdragen aan de kosten van de opvoeding en verzorging van kinderen. Of en hoeveel je ontvangt, hangt af van je persoonlijke situatie en de voorwaarden van de regeling.

➡️ Ook gemeenten en DUO kunnen een rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan gemeentelijke ondersteuning of regelingen en, voor studerende ouders, mogelijkheden binnen de studiefinanciering. Welke ondersteuning beschikbaar is, hangt af van je situatie.

Veelgestelde vragen over geldzaken voor jonge ouders(FAQ)

Kan ik kinderopvangtoeslag krijgen als ik studeer?

Ja, dat kan. Ook studerende ouders kunnen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Je opleiding moet daarvoor erkend zijn door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Daarnaast moet je aan de overige voorwaarden voor kinderopvangtoeslag voldoen.

Voorwaarden:

Je volgt een erkende opleiding, bijvoorbeeld een mbo-, hbo- of universitaire opleiding.

Je kind gaat naar geregistreerde kinderopvang. De opvang moet in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staan.

Je hebt een schriftelijke overeenkomst met de kinderopvang of het gastouderbureau.

Je vraagt de kinderopvangtoeslag op tijd aan. Dit kan al zodra je het opvangcontract hebt getekend, maar uiterlijk binnen 3 maanden nadat de opvang is gestart.

Heb je een toeslagpartner? Dan moet je partner meestal ook werken, studeren, een inburgeringscursus volgen of een traject naar werk volgen. Voldoet je partner niet aan een van deze voorwaarden, dan heb je meestal geen recht op kinderopvangtoeslag. Er zijn enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld in bepaalde bijzondere situaties. Het inkomen van je toeslagpartner telt ook mee bij de berekening van de toeslag.

Tip: controleer voordat je de opvang kiest of de locatie in het LRK staat en noteer het LRK-nummer. Je hebt dit nummer nodig bij je aanvraag.

Je kunt meerdere toeslagen tegelijk ontvangen, als je aan de voorwaarden van de verschillende regelingen voldoet. Welke toeslagen je kunt krijgen, hangt af van onder andere je inkomen, gezinssituatie, woon- en opvangsituatie.

Je kunt bijvoorbeeld tegelijk recht hebben op:

Kinderopvangtoeslag

Kindgebonden budget

Zorgtoeslag

Huurtoeslag, als je aan de voorwaarden voldoet

Kinderbijslag. Dit is geen toeslag van Dienst Toeslagen, maar een aparte regeling van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

De hoogte van je toeslagen wordt per regeling berekend op basis van de voorwaarden en gegevens die voor die regeling gelden. Sommige toeslagen moet je zelf aanvragen.

Let op: verandert je inkomen, gezinssituatie of woonsituatie, bijvoorbeeld door samenwonen, een scheiding of de geboorte van een kind? Geef wijzigingen zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen. Zo verklein je de kans op een latere terugvordering.

Bij co-ouderschap hangt de verdeling van de regelingen af van de specifieke regeling. De overheid verdeelt toeslagen en andere bijdragen niet automatisch volgens één vaste 50/50-regel.

Voor sommige regelingen geldt dat je als co-ouder wordt aangemerkt als je kind minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij iedere ouder verblijft.

Wat betekent dit per regeling?

🔹 Kinderopvangtoeslag: het maakt voor deze toeslag niet uit op welk BRP-adres je kind staat ingeschreven. Beide co-ouders kunnen kinderopvangtoeslag aanvragen voor de opvanguren en kosten die zij zelf betalen. Samen kunnen jullie voor maximaal 230 opvanguren per kind per maand kinderopvangtoeslag krijgen.

🔹 Kindgebonden budget: bij één kind krijgt niet automatisch iedere ouder de helft van het kindgebonden budget. De ouder die de kinderbijslag op naam heeft bij de SVB, kan het kindgebonden budget ontvangen als diegene aan de voorwaarden voldoet. Co-ouders kunnen samen bepalen welke ouder de aanvrager van de kinderbijslag is. Hebben jullie meerdere kinderen? Dan kunnen jullie ervoor kiezen om de kinderbijslag over verschillende kinderen te verdelen. Als beide ouders aan de voorwaarden voldoen, kunnen zij daardoor allebei kindgebonden budget ontvangen.

🔹 Kinderbijslag: bij co-ouderschap kunnen ouders samen afspreken hoe de kinderbijslag wordt verdeeld. Maken jullie geen afspraak, dan krijgt iedere ouder de helft.

🔹 Huurtoeslag: bij co-ouderschap kan je kind onder voorwaarden bij beide ouders meetellen als medebewoner. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de huurtoeslag. Het maakt daarbij niet uit op welk adres het kind staat ingeschreven.

🔹 Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK): co-ouders kunnen onder voorwaarden recht hebben op deze belastingkorting. Voor co-ouders geldt onder andere dat het kind minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij iedere ouder verblijft. Daarnaast gelden voorwaarden voor bijvoorbeeld de leeftijd van het kind, het arbeidsinkomen en de fiscale partnersituatie. De IACK wordt berekend bij de aangifte inkomstenbelasting.

Wat moet je regelen?

🔹 Geef de zorgverdeling door: als je co-ouder wordt, moet je Dienst Toeslagen informeren over de zorgverdeling. Hiervoor kun je de officiële voorbeeldbrief voor co-ouderschap gebruiken.

🔹 Controleer je gegevens in Mijn Toeslagen: kijk of je inkomen, opvanggegevens en andere gegevens juist zijn.

🔹 Houd je eigen opvangkosten bij: iedere ouder kan alleen kinderopvangtoeslag krijgen voor het deel van de opvang dat hij of zij zelf betaalt. Zorg daarom dat je kunt aantonen dat je jouw deel van de opvangkosten hebt betaald.

💡 Tip: co-ouderschap kan gevolgen hebben voor meerdere regelingen tegelijk. Maak daarom voor beide ouders een proefberekening en controleer bij de SVB en Dienst Toeslagen welke afspraken en gegevens in jullie situatie moeten worden doorgegeven.

Nee, meestal niet. Als je al kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget ontvangt en je blijft aan de voorwaarden voldoen, hoef je deze meestal niet ieder jaar opnieuw aan te vragen. Dienst Toeslagen berekent automatisch het voorschot voor het volgende jaar op basis van de gegevens die op dat moment bekend zijn.

Wat is je eigen verantwoordelijkheid?

🔹 Houd je gegevens actueel: veranderen je inkomen, gezinssituatie, huur of andere gegevens die van invloed zijn op je toeslag? Geef de wijziging dan zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen of de app Toeslagen. Voor wijzigingen die van invloed zijn op je toeslag geldt in het algemeen een termijn van 4 weken.

🔹 Voorkom een onverwachte terugbetaling: je toeslag is een voorschot. Als je inkomen bijvoorbeeld stijgt door een nieuwe bijbaan of extra werkuren en je past je geschatte inkomen niet aan, kan je gedurende het jaar te veel toeslag ontvangen. Dat bedrag kan later worden teruggevorderd. Door je gegevens regelmatig te controleren en wijzigingen op tijd door te geven, verklein je de kans op een grote terugvordering.

🔹 Een betalingsregeling is mogelijk: moet je toeslag terugbetalen en kun je dit niet in één keer doen? Dan kun je meestal in termijnen betalen. In bepaalde situaties kan dit tot maximaal 24 maanden. Over een betalingsregeling kan invorderingsrente worden berekend.

Slimme budgettips en aanvraagtermijnen

🔹 Schat je inkomen liever iets ruim: heb je een wisselend inkomen door bijvoorbeeld een bijbaan of extra werkuren? Schat je verwachte jaarinkomen dan liever niet te laag in. Als je inkomen uiteindelijk hoger blijkt te zijn dan waarmee Dienst Toeslagen heeft gerekend, kan dat leiden tot een terugvordering. Blijkt je uiteindelijke inkomen lager te zijn, dan kan dat bij de definitieve berekening juist leiden tot een nabetaling.

🔹 Toeslag achteraf aanvragen kan soms nog: zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget kun je in veel gevallen nog aanvragen tot en met 31 december van het volgende kalenderjaar. Voor kinderopvangtoeslag geldt een veel kortere termijn: je moet deze uiterlijk binnen 3 maanden na de maand waarin de opvang is gestart aanvragen.

🔹 Stel een vaste herinnering in: zet bijvoorbeeld ieder kwartaal een herinnering in je digitale agenda om je gegevens en geschatte jaarinkomen in Mijn Toeslagen te controleren. Zo merk je veranderingen sneller op en verklein je de kans op een latere terugvordering.

Ja, voor de meeste toeslagen hoef je niet te werken. Of je recht hebt en hoeveel je krijgt, hangt af van de voorwaarden van de regeling en bijvoorbeeld je inkomen, vermogen en gezinssituatie.

🔹 Zorgtoeslag en huurtoeslag: voor deze toeslagen hoef je niet te werken. Je inkomen, vermogen en andere persoonlijke omstandigheden bepalen of je recht hebt en hoeveel je kunt krijgen.

🔹 Kinderbijslag en kindgebonden budget: ook voor deze regelingen is werken geen voorwaarde. Je moet wel aan de overige voorwaarden voldoen. De hoogte van het kindgebonden budget hangt onder andere af van je inkomen.

🔹 Kinderopvangtoeslag: hiervoor gelden andere voorwaarden. Je kunt bijvoorbeeld recht hebben als je werkt, een erkende opleiding volgt, een verplichte inburgeringscursus doet of een traject naar werk volgt. Heb je een toeslagpartner, dan gelden aanvullende voorwaarden.

🔹 Net werkloos geworden? Dan heb je onder voorwaarden nog 3 maanden recht op kinderopvangtoeslag. Deze 3 maanden gaan in op de eerste dag van de maand nadat je bent gestopt met werken. Je moet je nieuwe situatie wel zo snel mogelijk doorgeven via Mijn Toeslagen.

Tip: raak je je werk kwijt? Zet je kinderopvangtoeslag dan niet meteen zelf stop. Controleer eerst bij Dienst Toeslagen hoe lang je nog recht hebt. Heb je daarna nog ongebruikte opvanguren, dan kun je die onder voorwaarden nog tot het einde van het jaar opmaken.

Bij co-ouderschap kunnen ouders samen afspreken hoe de kinderbijslag tussen hen wordt verdeeld. Spreken jullie niets af, dan krijgt iedere ouder de helft van de kinderbijslag.

Voorbeeld:

Je kind woont ongeveer even vaak bij jou en je ex-partner. Jullie spreken af dat je ex-partner de kinderbijslag ontvangt en vervolgens de helft aan jou overmaakt.

Let op het kindgebonden budget

De verdeling van de kinderbijslag heeft ook gevolgen voor het kindgebonden budget. Bij één kind krijgt maar één ouder het kindgebonden budget: de ouder die bij de SVB als aanvrager van de kinderbijslag staat geregistreerd. Jullie kunnen samen bepalen welke ouder dat is.

Hebben jullie meerdere kinderen? Dan kunnen jullie ervoor kiezen om voor verschillende kinderen ieder als aanvrager van de kinderbijslag te staan. Als beide ouders aan de voorwaarden voldoen, kunnen zij daardoor allebei kindgebonden budget ontvangen.

Wat moet je regelen?

Geef het co-ouderschap door aan de SVB: neem contact op met de SVB en geef de afspraken over de verdeling van de kinderbijslag door.

Tip: maak bij co-ouderschap duidelijke afspraken over de verdeling van de kinderbijslag en de kosten voor je kind. Zet deze afspraken bij voorkeur op papier, bijvoorbeeld in een ouderschapsplan. Controleer daarnaast met een proefberekening welke ouder het kindgebonden budget kan ontvangen.

Ook als student kun je recht hebben op verschillende toeslagen. Welke toeslagen je kunt krijgen, hangt af van je persoonlijke situatie.

1. Log in op Mijn Toeslagen met je DigiD en kies de toeslag die je wilt aanvragen.

2. Geef je toetsingsinkomen op: voor toeslagen telt niet simpelweg je studenteninkomen. Je toetsingsinkomen bestaat bijvoorbeeld uit je loon en andere inkomsten die voor toeslagen meetellen. Studiefinanciering van DUO en studieleningen tellen niet mee als inkomen voor toeslagen. Heb je een toeslagpartner? Dan telt het toetsingsinkomen van je partner ook mee.

3. Houd je gegevens actueel: geef veranderingen in je inkomen, woonsituatie, gezinssituatie of andere gegevens die van invloed zijn op je toeslag zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen of de app Toeslagen.

Tip: gebruik de officiële Proefberekening toeslagen van Dienst Toeslagen om vooraf te bekijken of je mogelijk recht hebt op zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget of kinderopvangtoeslag.

Ja, dat kan. Als jonge ouder kun je onder voorwaarden recht hebben op bepaalde heffingskortingen. Een belangrijke regeling voor werkende ouders is de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).

Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)
Dit is een heffingskorting voor werkende ouders met een jong kind. In 2026 kan de korting oplopen tot maximaal € 3.032. De hoogte hangt af van je arbeidsinkomen.

Belangrijke voorwaarden zijn onder andere:

• Je kind is op 1 januari van het belastingjaar jonger dan 12 jaar.

• Je kind hoort in het belastingjaar minstens 6 maanden tot jouw huishouden.

• Je hebt in 2026 een arbeidsinkomen van meer dan € 6.239.

• Als je een fiscale partner hebt, gelden aanvullende voorwaarden. Onder andere je arbeidsinkomen ten opzichte van dat van je fiscale partner kan van belang zijn.

De Belastingdienst berekent automatisch of je recht hebt op de IACK wanneer je je belastingaangifte invult. Wil je de korting al gedurende het jaar ontvangen, dan kun je onder voorwaarden een voorlopige aanslag aanvragen.

Ook andere financiële regelingen

Naast belastingvoordeel kunnen jonge ouders mogelijk recht hebben op toeslagen, zoals kinderopvangtoeslag of kindgebonden budget. Dit zijn geen heffingskortingen en ze worden niet via de inkomstenbelasting geregeld. Je vraagt deze aan via Dienst Toeslagen.

Tip: controleer bij je belastingaangifte of je recht hebt op de IACK. Kijk daarnaast bij Dienst Toeslagen welke toeslagen bij jouw situatie passen.

Let op: voor 2027 zijn wijzigingen van de IACK voorgesteld. Het Belastingplan 2027 moet nog door het parlement worden behandeld. Controleer daarom voor een aangifte over 2027 de actuele voorwaarden bij de Belastingdienst.

Heb je een brief gekregen waarin staat dat je toeslag moet terugbetalen? Controleer dan eerst waarom je moet terugbetalen. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat je inkomen hoger was dan geschat of doordat je persoonlijke situatie is veranderd.

Volg deze stappen:

🔹 Controleer je gegevens: log in op Mijn Toeslagen en bekijk met welke gegevens je toeslag is berekend. Klopt bijvoorbeeld je inkomen of gezinssituatie niet? Geef de juiste gegevens dan zo snel mogelijk door.

🔹 Kloppen de gegevens en moet je inderdaad terugbetalen? In de brief staat hoeveel je moet terugbetalen en hoe je dit kunt doen. Kun je het bedrag niet in één keer betalen? Dan kun je een betalingsregeling krijgen. Je kunt het bedrag in maximaal 24 maanden terugbetalen. Bij een betalingsregeling betaal je rente. Sinds 1 januari 2026 is die rente 4,3%. Daardoor betaal je uiteindelijk meer dan alleen het oorspronkelijke terug te betalen bedrag.

🔹 Ben je het niet eens met de berekening of terugvordering? Controleer dan eerst welke gegevens Dienst Toeslagen heeft gebruikt. Afhankelijk van de situatie kun je een wijziging doorgeven of bezwaar maken. Tegen een beschikking kun je in principe binnen 6 weken bezwaar maken. Als je bezwaar maakt, krijg je meestal uitstel van betaling totdat je bezwaar is beoordeeld. Er zijn uitzonderingen.

Tip: controleer eerst goed de gegevens op je beschikking voordat je betaalt. Klopt er iets niet? Geef de juiste gegevens door via Mijn Toeslagen of neem contact op met Dienst Toeslagen om te bespreken wat je het beste kunt doen.

Nog niet voor je ongeboren kind. Wel kun je veel alvast voorbereiden.

Voor het kindgebonden budget moet je kind geboren zijn en moet je in principe kinderbijslag voor het kind krijgen. Het kindgebonden budget gaat in op de eerste dag van de maand na de geboorte. Of je het zelf moet aanvragen, hangt af van je situatie.

Voor kinderopvangtoeslag geldt dat je de aanvraag pas kunt doen nadat je kind is geboren en een BSN heeft. Je kunt het opvangcontract wel alvast regelen. Vraag de kinderopvangtoeslag vervolgens zo snel mogelijk aan en uiterlijk binnen 3 maanden nadat de opvang is gestart. Anders kun je een deel van de toeslag mislopen.

Voorbeeld: start de opvang op 12 september? Dan heb je tot en met 31 december de tijd om de kinderopvangtoeslag aan te vragen. Vraag je de toeslag pas in januari aan, dan loop je de toeslag over de eerste maand(en) mogelijk mis.

Wat kun je nu al doen?

🔹 Zorg dat je een DigiD hebt: hiermee kun je straks inloggen op Mijn Toeslagen.

🔹 Regel alvast kinderopvang: heb je opvang nodig? Dan kun je vooraf een opvangplek en contract regelen.

🔹 Maak een proefberekening: zo kun je alvast bekijken of je mogelijk recht hebt op toeslagen en hoeveel je ongeveer kunt krijgen.

🔹 Houd je inkomen en persoonlijke situatie in de gaten: veranderingen kunnen gevolgen hebben voor de hoogte van je toeslagen. Geef wijzigingen zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen.

Tip: geef de geboorte van je kind aan bij de gemeente. De geboortegegevens worden vervolgens doorgegeven aan de SVB. De SVB informeert je over het aanvragen van kinderbijslag. Als je recht hebt op kindgebonden budget, krijg je afhankelijk van je situatie bericht van Dienst Toeslagen. Kinderopvangtoeslag moet je zelf aanvragen via Mijn Toeslagen. (svb.nl)

Scroll naar boven